Complexe vraagstukken kun je op verschillende manieren verkennen.
Je kunt naar de toekomst kijken: Hoe kunnen we dit oplossen?  vraag je dan.

En het kan, dat je al van alles geprobeerd hebt. Misschien is het handelingsperspectief op, het lukt niet om een verandering door te voeren, of het houdt niet stand. Misschien zie je een patroon – een aantal terugkerende gebeurtenissen die ervoor lijken te zorgen dat het niet verderkomt. Dan kan het behulpzaam zijn om eerst naar het verleden te kijken. Daar horen andere vragen bij: Hoe komt het nou? bijvoorbeeld. Of: Hoe oud is dit al? Wat maakt nou dat hier steeds…? Wie heeft hier welke plek? En hoe vindt de uitwisseling plaats? 

Met systemisch werk kijken met een brede blik: naar het hele systeem rond het vraagstuk. We sporen blokkades op achter een vraagstuk, in de organisatie of het team. Dat kan met zijn tweeën, in een goed gesprek met de juiste vragen. En het kan met een groep.

We kijken met al onze zintuigen en gebruiken ons hele lijf. In je hoofd heb je dan beschikking over je bewuste en onbewuste brein. En wie zijn lichaam inzet, boort nog meer data aan.

Lees ook over systemische intervisie.

Opstellingen zijn een vorm van systemisch werk waarin we – tijdens een werkbijeenkomst – vertegenwoordigers van delen van het systeem in de ruimte neerzetten, als een levend schilderij. Zo ervaren we wat er aan de hand is: Hoe ziet het systeem eruit, hoe verhouden de delen, afdelingen, mensen – zich tot elkaar, wat ondervinden we op de plek waar we neergezet zijn? Inzicht in het vraagstuk komt dus uit ervaringsleren: leren met je hele lijf- met hoofd, hart en handen.

Vaak komt dan besef van wat er vastzit en hoe het wel kan werken: de hefboom komt in beeld. Van daaruit komen de oplossingen als vanzelf, en kun je duurzame afspraken maken.

Het kan nodig zijn om in zo’n werkbijeenkomst samen te werken met een co-facilitator. Ik maak deel uit van een breed netwerk aan organisatiekundige opstellers. Zo werk ik graag samen met Auke Oostra en Nicole Ros. Mijn leermeesters zijn Evelien Hogeweg en William Wilson.